Toespraak burgemeester Michiel van Veen

Dodenherdenking Gemert-Bakel 2060

De oorlogsjaren… het lijken herinneringen en ervaringen die vervliegen. Steeds minder mensen om ons heen hebben de oorlog echt meegemaakt, maar zoveel mensen hebben de gevolgen van de oorlog wel ondervonden. Omdat er thuis niet over werd gepraat, omdat er verdriet was, omdat er angst in de mensen bleef zitten, je vader of moeder stil was. Tegenwoordig noemen we dat een Post Traumatisch Stress Syndroom, PTSS. Maar het verdriet en de angst kunnen zo diep gezeten hebben dat levens van mensen verwoest werden.

Tijdens de dodenherdenking herdenken we uiteraard de soldaten, de dorpsgenoten die de hoogste prijs betaald hebben. Hun namen zijn zo net indrukwekkend genoemd in de kerk. Maar deze keer sta ik ook stil bij mensen die de oorlog overleefden en die doodsangsten hebben uitgestaan: angst voor ontdekking, om te sterven door verraad, door op het verkeerde moment op de verkeerde plaats te zijn.

Gelukkig zijn veel van die verhalen opgeschreven. Was het opschrijven van de verhalen misschien wel een soort ouderwetse therapie om die doodsangst een plek te geven in de wetenschap dat de oorlog voorbij was? Soms vind je die boeken dan in de kringloopwinkel. Afgelopen jaar vond ik zo’n boek, over lokaal verzet, in de kringloopwinkel in Boekel.

Het boek gaat over verzetswerk in de Grote Peel. Over het verspreiden van verzetskranten, over zenders, over onderduikers, over piloten die boven onze regio werden neergeschoten en met hun parachute een veilig heenkomen probeerden te zoeken. En wanneer je zo’n boek leest, dan ga je rechtop zitten als onze gemeente genoemd wordt. En in het boek dat ik vond, was dat Bakel.

Bakel, dat via gewone mensen, aan de Schoolstraat, een spil werd in de opvang en doorgeleiding van piloten en geheim agenten uit Engeland. En die gewone mensen waren Bernard en Mientje Manders: onopvallende Bakelnaars, hardwerkend en een rotsvast vertrouwen in het geloof en in een vrij Nederland. In het boek gaat het over doodsangst, verraad en het verlies van goede vrienden die in de handen vielen van de vijand. Ik las over het dagelijks leven, dat door moest gaan. Over het weer, zoals vandaag. Het gaat het over nachtelijke, donkere tochten, op de fiets door uitgestrekt gebied. Over mensen die bijna bezweken aan doodsangst, gek werden van de benauwdheid verborgen te zijn in afgetimmerde kippenhokken bij een huis, zoals dat aan de Schoolstraat in Bakel.

Bij Bernard en Mientje Manders kwamen steeds nieuwe mensen binnen. Dit waren altijd onbekenden, aangeleverd door mensen die te vertrouwen moesten zijn. Het is niet helemaal duidelijk hoeveel mensen hebben verbleven  bij de familie Manders. Maar het waren er veel, heel veel. Het is niet te bevatten dat het in een kleine dorpsgemeenschap als Bakel al die jaren verborgen is gebleven. Of in ieder geval niet bij mensen is terecht gekomen die verraad pleegden en de Duitsers informeerden over alles wat zich in Huize Manders afspeelde.

Wie waren Mientje en Bernard Manders eigenlijk, de hoofdpersonen uit het boek? Mientje Manders werkte op het Postkantoor als telefoniste. Zo kon zij alle gesprekken  afluisteren, dus ook van de Duitsers. Haar echtgenoot  Bernard was een hardwerkende man die ogenschijnlijk geen angst kende. Een man die onopvallend van de kerktoren een zendmast maakte, om zo via geheim agenten berichten te sturen naar Engeland.

Het kippenhok, dat ik zojuist noemde, was de schuilplaats voor wel acht piloten tegelijk. Het boek meldt dat maar liefst 23 Amerikanen via het kippenhok in Bakel werden doorgevoerd: een etappe in de pilotenlijn, via Bakel naar Frankrijk en de vrijheid. Over de familie Manders is nog zoveel meer te lezen, ook op de site van de Heemkunde Kring Bakel en Milheeze.

Doodsangsten… ik begon ermee in mijn toespraak. Doodsangsten zijn uitgestaan door Bernard en Mientje Manders. In Bakel zijn razzia’s gehouden, zijn mensen afgevoerd, hebben mensen moeten vluchten. En we weten nu dat lang niet alle mensen die in Bakel bij de familie Manders zijn geweest de oorlog hebben overleefd. En dat, dat is precies waarbij we op een dag als vandaag stilstaan: bij mensen die angsten hebben gekend. We herdenken deze bijzondere mensen die moed toonden, een rotsvast geloof hadden in het goede. Die zichzelf ondergeschikt maakten aan het leed van een ander. En daar een hoge prijs voor betaalden.

Mientje en Bernard Manders bleven uit handen van de Duitsers. Na de oorlog ontvingen ze  diverse hoge onderscheidingen voor hun hulp aan piloten, voor de hulp aan onderduikers.

En toch, zo eindigt het verhaal: ondanks dat Bernard Manders altijd uit handen van de Duitsers wist te blijven, kwam hij na de oorlog te overlijden. De spanningen, de ervaringen, de stress, het uitstaan van doodsangst werden hem te veel: een Post Traumatisch Stress Syndroom. Vandaag de dag zouden we hulp aanbieden, maar 80 jaar geleden was de oorlog gewonnen en moest je overgaan tot de orde van de dag.

Ik probeer te begrijpen wat de oorlog met mensen heeft gedaan: door vroeger naar de verhalen te luisteren en door nu de boeken te lezen die hierover zijn geschreven. Maar mij lukt het niet, omdat ik al 55 jaar in vrijheid kan werken en leven dankzij de moed van mensen als Bernard en Mientje Manders uit Bakel.

Livestreams

Volgende Live Uitzending:

Raadsvergadering 7 mei 19:30 uur.

Advertenties